Ik vergat mijn portefeuille in mijn karretje in de colruyt. Ik belde of ze hem gevonden hadden maar mijn geluk leek op die dag.

Steeds schoot me door het hoofd hoeveel zo’n portefeuille eigenlijk vertegenwoordigt en hoeveel tijd ik niet zou nodig hebben om dat allemaal weer op te bouwen – niet alleen de paperassen, maar vooral de kleine dingetjes die me door de jaren zijn aangereikt, een gedicht dat me de adem af kan snijden, een artikeltje uit de krant, reclame voor een luchtmatras.

Dat ik mijn rijbewijs en consoorten moest vernieuwen, dat idee kon ik al gauw omarmen, natuurlijk zijn de foto’s lelijk en zo schuif ik de deadline waarop het echt officieel ook moet, steeds verder voor me uit – net als mijn yoghurt gaan mijn bank- en identeitskaart nooit tot hun vervaldatum mee.

Maar die spulletjes, daar was ik een paar uur lang af en toe het hart van in.

Ik ging van pure miserie en ook zoals altijd op woensdag dan maar naar mijn stamcafé, waar ik een hele resem telefoontjes kreeg en pleegde, tot ik wist dat mijn portefeuille gevonden was, door Mohamed. Ik ging hem halen, want het was die avond mijn toer om te trakteren.

Ik weet dat Jezus is geboren en prompt onze zonden op zijn schouders nam. Dat we daarom kerstmis vieren, om het licht dat was gekomen. Maar tweeduizend jaar is een lange tijd om één man te vieren, dat lijkt een obsessie te zijn geworden, zoals altijd opnieuw maar vertellen in de krant over Bart De Wever en Michelle Martin.

En donker wordt het toch.

Nee, dan vier ik dit kerstfeest liever Mohamed, die mijn portefeuille vond en de nummers die erin staan rondbelde tot hij gehoor kreeg, die op zijn sokken naar beneden kwam en zich excuseerde omdat hij erin had gezocht naar wie ik was.

Ach man, zei ik, en ik bedankte hem keer telkens weer, ik gaf hem een eerste keer een hand en later toen ik weg ging nog een keer.
Pas 's nachts maakte ik me plots zorgen dat ik mijn wanten niet had uitgedaan, en hoe gek dat misschien wel leek.

Dankbaarheid vind ik moeilijk. Er zit, precies, altijd iets in de weg. Dat ik veel te duidelijk wil tonen dat ik echt, echt dankbaar ben. Of mijn wanten.